056. Bijbelstudie over

DE LAATSTE DAGEN - ACHARIT HAYAMIM

,ymyh tyrxa

 

 

Als wij door de jaren heen op het journaal en in de dagbladen de berichtgevingen over de uitbarstingen van steeds weer opvlammend geweld in het Midden-Oosten op de voet volgen, dan zullen wij al gauw tot de conclusie komen dat hier geen sprake is van een etnisch conflict dat vergelijkbaar is met Ruanda, Bosnië of Sri Lanka, maar dat hier méér aan de hand is! Wat hier gebeurt, staat in de Bijbel! Dit conflict is reeds duizenden jaren aan de gang en het hoeft ons niet te verbazen dat Israël door de vaak eenzijdige berichtgeving in de doorgaans pro-Palestijnse media steeds weer de zondebok is waardoor de publieke opinie wereldwijd in toenemende mate een anti-Israëlisch standpunt begint aan te nemen!  Ik zal slechts een paar voorbeelden noemen. Denk bijvoorbeeld aan het jongetje Mohammed Durah die schuilend achter zijn vader door Israëlische soldaten zou zijn doodgeschoten toch naar achteraf door Palestijns vuur bleek te zijn geraakt, maar die nog steeds keer op keer genoemd wordt als voorbeeld van Israëlisch geweld tegen de Palestijnse burgerbevolking of de verontwaardiging over de zogenaamde 'duizenden' slachtoffers in Jenin, wat behoorlijk aangedikt was. Als dan later blijkt dat de berichtgeving niet klopt wordt er niet of nauwelijks gecorrigeerd. En herinnert u zich ook nog de wereldwijde afkeuring van het Israëlische grondoffensief tegen Hamas op de Gaza-strook in januari 2009 en de daaraan voorafgaande hevige bombardementen waarbij de Palestijnen bij voorbaat beschouwd werden als de slachtoffers? De westerse pers bracht dit met de toen aankomende Israëlische verkiezingen in verband, maar verzweeg aanvankelijk in alle talen dat dit offensief een reactie was op de aanhoudende raketbeschietingen op Israëlische steden zoals o.a. Sderot vanuit de Gaza-strook, die reeds op de kerstavond 2008 begonnen. Pas veel later kwam dit aan het licht. Desalniettemin spraken de media over buitenproportioneel geweld van de Israëlische kant en maakten melding van ongekend hoge aantallen burgerslachtoffers, waarbij ze volgens de Israëlische autoriteiten echter ten onrechte ook de omgekomen Hamas-strijders rekenden, wat uiteraard van Palestijnse zijde ontkend werd. Daar bleef men volhouden dat alle slachtoffers onschuldige burgers waren. Het eerste slachtoffer dat in deze strijd sneuvelde was in elk geval de waarheid, want die zal wel nooit meer naar boven komen. Wie zou kunnen zeggen wie er burgers waren of Hamas-leden? De laatstgenoemden lopen immers ook in gewone kleding rond. Terroristen zijn ook burgers. Zij dragen doorgaans geen uniform. Bovendien neemt ook een toenemend aantal vrouwen actief deel aan de strijd met het maken van bommen en zelfs als zelfmoordterroristen. In de VPRO-documentaire “Bruiden van Allah” kwam dit uitgebreid naar voren. En als ze dan omkomen wordt er gezegd: Kijk, de Israëli’s schieten op onschuldige burgers. Wie zegt dus dat er slechts een handjevol Hamas-terroristen door de Israëlische bombardementen zou zijn omgekomen, maar dat de overgrote meerderheid van de slachtoffers onschuldige burgers zijn geweest? Wie zegt dat? Hamas! Is Hamas een betrouwbare bron van informatie hieromtrent? Ik dacht het niet! De burgerslachtoffers hadden echt geen pasje op zak waaruit blijkt of ze wel of geen terrorist waren. Nee, ik denk dat er waarschijnlijk meer Hamas-leden omgekomen waren dan Hamas lief is, maar dat zal je in de westerse media zeker niet bevestigd zien, want die geven er de voorkeur aan om in grote krantenkoppen te vermelden dat de Israëli’s op grote schaal onschuldige burgers doden en op het nieuws worden bloedende slachtoffers getoond in het overigens door Israël gebouwde Shifa-ziekenhuis in Gaza, maar dat ook talrijke Palestijnse zwaargewonden juist naar Israëlische ziekenhuizen worden gebracht, waar geen onderscheid gemaakt wordt naar ras, geloof of nationaliteit en een uitstekende medische behandeling krijgen, wordt doorgaans verzwegen. Ook aan het feit dat Hamas op grote schaal de hulpgoederen steelt, die de VN en het Rode Kruis de Gazastrook binnen brengen, die dan verdeelt onder de eigen Hamas-mensen en de rest aan de hoogste bieder verkoopt, werd in de westerse pers weinig aandacht besteed of hooguit afgedaan met een piepklein berichtje. Dit in tegenstelling tot het Israëlische dagblad The Jerusalem Post, die het uitgebreid aan de kaak gesteld heeft dat de armsten onder de Palestijnse bevolking, die de hulp het hardst nodig hadden, op die manier verstoken bleven van hulp. Dat werd bevestigd door een woordvoerder van het Israëlische leger alsmede door het VN-agentschap voor Palestijnse vluchtelingen UNRWA. Meer dan honderd vrachtwagens met hulpgoederen werden door Hamas aangehouden nadat ze in Gaza waren gearriveerd, waarna de complete lading door zwaargewapende Hamas-leden in beslag werd genomen en de vrachtwagenchauffeurs gesommeerd werden te vertrekken. Ook roofden politieagenten van Hamas met geweld ruim vierhonderd voedselpakketten en 3500 dekens uit een opslagplaats van UNRWA in Gaza. Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan met voorbeelden waaruit blijkt dat er in de westerse media met twee maten gemeten wordt, want terwijl het bovenstaande door de meeste kranten niet eens een vermelding waard bevonden werd en ook op de televisie niet aan de orde kwam, werd er in het journaal en in lange artikelen met megagrote koppen ruimschoots aandacht besteed aan het tegenhouden van hulpkonvooien en schepen met hulpgoederen door het Israëlische leger. Dat ze later na grondig op wapens gecontroleerd te zijn alsnog mochten doorrijden en de hulpgoederen dus niet door de Israëli’s maar door de Hamas gestolen werden deed er niet toe, want toch bleven de media steen en been klagen dat Israël de humanitaire hulp aan de Gazastrook beperkte. Pas veel later konden ook de westerse media de wantoestanden van Palestijnse zijde niet langer verzwijgen en moesten er uiteindelijk toch melding van maken. Toch over het feit dat er in november 2008 door Hamas onder het gejuich van een grote menigte in het openbaar bij zestig politieagenten van de PLO met bijlen hun beide benen werden afgehakt, die dan bij de grens met Israël werden gedropt, is er in de westerse pers niets bericht, met uitzondering van het maanblad Israël Actueel en een column van professor van Smalhout in de Telegraaf. In datzelfde artikel schrijft hij dat het verzwijgen hiervan niet zo vreemd is omdat het bij ons nogal gebruikelijk is dat er op het nieuws alleen maar Palestijnse  slachtoffers worden getoond van Israëlisch geweld, meestal vrouwen en kinderen. Daarom staat Israël nu geboekt als een land dat kinderen vermoord, maar dat deze kinderen door de Hamas-terroristen als menselijk schild gebruikt werden schijnen de journalisten daarentegen vrij normaal te vinden, want een afkeuring van deze laffe praktijk komt men nauwelijks tegen in de media en evenmin wordt daartegen massaal gedemonstreerd in de Europese hoofdsteden. Bovendien kun je natuurlijk ook afvragen wat kinderen überhaupt op straat te zoeken hadden waar met scherp werd geschoten, te meer als de Israëli’s daar van tevoren pamfletten hadden gedropt waarin ze de burgerbevolking waarschuwden. Liefhebbende ouders met een beetje verantwoordingsgevoel halen hun kinderen immers naar binnen als er buiten gevochten wordt. Dat Hamas vrouwen, kinderen en ouderen gebruikte als menselijke schilden, werd overigens door een leider van deze terreurbeweging zelf bevestigd. Zie daarvoor het volgende filmpje. http://www.youtube.com/watch?v=g0wJXf2nt4Y. Een ander voorbeeld is de berichtgeving over de zogenaamde Tweede Intifada na het bezoek van Ariyel Sharon, de toenmalige minister van Defensie van Israël, aan de Tempelberg in Jeruzalem op 28 september 2000, twee dagen voor Rosh haShana. De Tempelberg is de heiligste plaats in het Jodendom, waar zich echter ook de Al-Aqsa moskee bevindt, de 3de heiligste plaats van de Islam. Vanwege dit bezoek van Sharon aan de Tempelberg braken er massale Palestijnse demonstraties uit, waarbij de Israëlische politie 13 Palestijnen neerschoot. Gewelddadige reacties volgden en een spiraal van geweld barstte los waarbij van 29 september 2000 (Erev Rosh haShana) tot en met 30 juli 2005 972 Israëliërs (waaronder 122 kinderen) en 3301 Palestijnen (waaronder 653 kinderen) de dood vonden. Vele tienduizenden mensen raakten gewond en soms invalide. Het begon allemaal op de tempelberg in Jeruzalem (hoe kan het ook anders?) en natuurlijk uitgerekend weer gedurende de herfstfeesten Rosh haShana, Yom Kipur en Sukot, zoals reeds eerder het geval was. Ook veel kinderen namen deel aan de gevechten, die door twee stuurgroepen werden gecoördineerd, waarin zeker tien Palestijnse organisaties waren vertegenwoordigd, waaronder de terreurorganisatie Hamas, en die beslist niet toevallig gevoerd werden in bijbelse plaatsen zoals Beit Lechem [Bethlehem], in het Arabisch Bayt Lahm, Sh’chem [Sichem], in het Arabisch Nablus, Chevron [Hebron] in het Arabisch Al Chalil en uiteraard Yerushalayim [Jeruzalem], in het Arabisch Al Quds! Evenmin toevallig werden juist in de nabij Bethlehem gelegen stad Ramallah, hetgeen in het Arabisch “Allah is groot” betekent, de twee Israëlische reservisten gelyncht en in stukken gehakt, want reeds Jeremia heeft over deze stad, die in het Hebreeuws Rama heet, geprofeteerd: “Zo zegt de Eeuwige: Hoor, te Rama klinkt een klacht, bitter geween: Rachel weent om haar kinderen, zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat er geen meer is.” (vhymry Yir’m’yahu [Jeremia] 31:15). B’rit haChadasha [het Nieuwe Testament] herhaalt deze profetie in verband met de kindermoord door Herodes na de geboorte van Yeshua: “Een stem is te Rama gehoord, geween en veel geklaag: Rachel, wenend om haar kinderen, weigert zich te laten troosten, omdat zij niet meer zijn.” (vhyttm Matityahu [Matthéüs] 2:18). Voornaamste doelwitten van Palestijnse aanvallen waren daarom vanouds ook Joodse heilige plaatsen zoals het graf van Rachel, en het graf van Yosef [Jozef], waarin de rabbijn Lieberman werd gelyncht en die vervolgens volledig verwoest en tot moskee omgebouwd werd! Dat de media voornamelijk stenengooiende kinderen en met zware wapens schietende Israëli’s uitgebreid in beeld brachten, leverde helaas de indruk van een ongelijke strijd op. En toch waren ook op het juiste formaat gehakte en puntig geslepen stenen dodelijke wapens en beslist niet hun enige wapens! Met name de leden van Tanzim, de Fatach-jeugdmilitie, beschikten over moderne automatische wapens zoals AK-47 en M-16 en geprepareerde benzinebommen. Dat maakte het voor de Israëlische soldaten extra moeilijk, want zij mochten slechts terugschieten als de Palestijnen het vuur éérst openen, en dan ook alleen maar op de benen! Maar gericht schieten op schutters in een snel bewegende menigte, waaronder zich ook nog kinderen bevinden was niet eenvoudig! Helemaal niet schieten daarentegen betekende echter dat men door die menigte gelyncht wordt als ze je te pakken krijgen, wat inmiddels is gebleken. En zo waren het jammer genoeg niet altijd Palestijnse schutters of werpers van Molotov-cocktails die werden geraakt, maar helaas ook kleine stenengooiertjes. Kinderen wilden niet voor elkaar onder doen en namen daarom massaal deel aan de gewelddadigheden om niet een voorwerp van spot te worden op school of in de buurt. Doordat ze kleiner zijn dan volwassenen, lopen kinderen extra risico’s om door op dijhoogte afgeschoten rubberkogels geraakt te worden, en juist dát levert Israël het slechte imago op, dat de publieke opinie zo drastisch beïnvloedt. Begrijp mij goed: wij hoeven uiteraard niet alles goed te keuren wat Israël doet, want aan beide kanten worden immers wreedheden begaan, wat tegenwoordig door de video-opnames die door vredesactivisten gemaakt worden, duidelijk aangetoond wordt. Ook de Joden maken fouten en daarvoor hoeven wij onze ogen niet te sluiten, maar zij zijn wél G’ds volk! Laten wij dat nooit vergeten! Bovendien worden Israëlische militairen die zich misdragen doorgaans wel door hun eigen militaire rechtbank daarvoor gestraft, wat van de tegenpartij niet gezegd kan worden. Hoe dan ook, het ziet ernaar uit dat de hele wereld bij dit conflict betrokken raakt, want overal steekt nu het antisemitisme weer de kop op en zelfs in landen en steden waar men het na de Holocaust niet meer voor mogelijk had gehouden gaan weer synagogen in vlammen op, vooral in Frankrijk en België, worden Joodse gebouwen beklad of vernield en Joodse medeburgers worden bedreigd of aangevallen. Ook in Amsterdam staan al sinds enkele jaren Marokkaanse knokploegen in de buurt van synagogen klaar om Joden in elkaar te slaan die op Shabat naar de sjoel gaan zonder dat er extra veiligheidsmaatregelen worden getroffen zoals bijvoorbeeld in Rome wel gedaan wordt. Joden durven in vele landen waar ze zich tot nu toe veilig gevoeld hebben, niet meer met een keppeltje op straat te lopen uit angst, lastig gevallen te worden. Overal is men nu bang voor aanslagen van radicale moslims, en die angst is sinds die bewuste 11 september niet ongegrond want de eerste doden zijn hierbij inmiddels al te betreuren zoals in Parijs en Antwerpen!!

 

Steens des aanstoots

 

Jeruzalem schijnt inderdaad voor alle volken de steen des aanstoots te zijn geworden, zoals de profeet Zacharia reeds duizenden jaren geleden heeft voorspeld: “G’dsspraak, het woord van Adonai, over Israël. Aldus luidt het woord van de Eeuwige, die de hemel uitspant en de aarde grondvest, en de geest des mensen in diens binnenste formeert. Zie, Ik maak Yerushalayim [Jeruzalem] tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond; ja ook tegen Yehuda [Juda] zal het gaan bij de belegering van Yerushalayim. Te dien dage zal Ik Yerushalayim maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden. En alle volkeren der aarde zullen zich daarheen verzamelen.” (hyrkz Zechar’ya [Zacharia] 12:1-3). In “Het Boek” staat het nog duidelijker: “Dit is het lot van Israël, zoals is aangekondigd door de Eeuwige, die de hemel heeft uitgespannen en de fundamenten van de aarde heeft gelegd en de geest van de mens in hem heeft gelegd: Ik zal Jeruzalem en Juda als een beker gif laten zijn voor alle omringende volken die hun legers sturen om Jeruzalem te omsingelen. Jeruzalem zal een zware steen zijn die als een last op de wereld ligt. Al zullen alle volken ter wereld zich verenigen in een poging haar te verwijderen, toch zullen zij allemaal door haar worden verpletterd!” - Voor een deel is deze profetie reeds in vervulling gegaan door de negatieve houding die de Verenigde Naties aangenomen hebben tegenover de regering in Jeruzalem. De volgende stap kan dus het zenden van een internationale troepenmacht tegen Israël zijn, zoals destijds in de Golfoorlog en de Balkanoorlog het geval was. En dan treedt ook het tweede gedeelte van de profetie in werking. Dan zal echter blijken dat men niet alleen tegen Israël ten strijde trekt, maar ook tegen de G’d van Israël! In “Het Boek” lezen wij namelijk verder: Op die dag, zegt de Eeuwige, zal IK alle vijandelijke troepen die tegen haar oprukken, in verwarring brengen en krankzinnig maken. Want IK zal waken over Juda, maar al haar vijanden blind maken. Dan zullen de leiders van Juda bij zichzelf zeggen: De bevolking van Jeruzalem heeft kracht ontvangen van de Eeuwige van de hemelse legers, hun G’d! Die dag zal IK de leiders van Juda laten zijn als een klein vuurtje dat een bosbrand veroorzaakt, als een fakkel bij een hooiberg. Alle aangrenzende naties links en rechts zullen zij verteren, terwijl Jeruzalem niet van haar plaats zal wijken. De Eeuwige zal eerst de rest van Juda de overwinning schenken en Jeruzalem daarna. Want Hij wil voorkomen dat de bevolking van Jeruzalem en Davids vorstenhuis zichzelf op de voorgrond zullen plaatsen. Die dag zal IK Jeruzalems inwoners beschermen. De zwaksten onder hen zullen zo sterk als koning David zijn! En Davids vorstenhuis zal zijn als G’d, als de Engel van de Eeuwige die voor hen uit gaat. Want IK ben van plan alle volken die tegen Jeruzalem oprukken, te vernietigen!!! (hyrkz Zechar’ya [Zacharia] 12:4-9). - Zo ver is het nu nog niet, maar deze dag is wel dichtbij genoeg om ons te laten realiseren dat wie aan Israël, G’ds oogappel, komt, met Hem persoonlijk te maken krijgt! Het is dus van groot belang om nu een keuze te maken aan welke kant wij gaan staan! Sterker nog: er zal een tijd komen dat men er gewoon niet onderuit komt om te kiezen: óf wij kiezen voor de Eeuwige en dus óók voor Zijn volk Israël - óf wij kiezen voor Hamas en Hizbollah en daarmee dus voor de radicale Islam! Dat is het namelijk waar het uiteindelijk om gaat! Het gaat er helemaal niet om welk volk dat strookje land tussen de Middellandse Zee en de Jordaan opeist, maar voor welke hogere macht men het claimt: voor de G’d van Israël of voor Zijn tegenstander! Het is dus op de eerste plaats een geestelijke strijd, en deze strijd is niet van recente datum maar is reeds duizenden jaren aan de gang, lang vóórdat de Islam als religie in deze regio was ontstaan! Als men de Arabische naam voor “Palestijn” weet, namelijk “Filistin”, dan wordt het meteen al een stuk duidelijker! Ik heb daar een aparte bijbelstudie over geschreven, namelijk nr. 025. Luister maar goed naar het journaal op de televisie, wanneer men daar in het Arabisch praat, dan komt u dit woord telkens weer tegen. Men heeft hier dus weliswaar niet zo zeer met de fysieke, maar wel met de geestelijke nakomelingen van de Filistijnen te maken, vanouds de aartsvijanden van de Israëlieten, en daarom lost men dit conflict ook niet zomaar op met een paar handtekeningen in Camp David of Oslo, die sowieso al niet gerespecteerd worden door de extremisten aan beide kanten. Neen, de echte definitieve vrede in het Midden-Oosten komt maar op één enkele manier: door de tussenkomst of beter gezegd de wederkomst van de Mashiach [Messias], want er staat geschreven: “Dan zal IK de Geest van genade en van gebeden uitstorten over Davids vorstenhuis en de bevolking van Jeruzalem. En zij zullen Hem zien, Die zij hebben doorstoken, en over Hem rouwen als over een enig kind! Zij zullen bitter bedroefd zijn en over Hem rouwen als over hun oudste zoon!” (hyrkz Zechar’ya [Zacharia] 12:10). De overlevenden van Israël zullen ten dien dage collectief vervuld worden met Ruach haQodesh [de Heilige Geest] en zij zullen Yeshua herkennen en erkennen als de Mashiach die zij eerst hebben verworpen en hun spijt over deze fatale vergissing betuigen. Niet alleen in Jeruzalem, maar in het hele land, wat uit de daaropvolgende verzen en hoofdstuk 13 duidelijk blijkt. Alle vormen van afgoderij zullen verwijderd worden en in vers 9b lezen wij tenslotte: “Zij zullen Mijn Naam aanroepen en IK zal hen verhoren. IK zeg: Dát is Mijn volk; en zij zullen zeggen: De Eeuwige is onze G’d!” - Wat een heerlijke vooruitzicht! Dit zal de dag zijn waarop miljoenen gelovigen reeds eeuwenlang wachten: de dag dat Yeshua haMashiach, terug zal komen om Zijn volk te verlossen: letterlijk en figuurlijk!

 

De grote verdrukking

 

Maar helaas leert de Bijbel ons ook, dat dáár nog heel wat bloedvergieten aan vooraf zal gaan: Tweederde van het volk Israël zal worden uitgeroeid en sterven, maar éénderde zal in het land overblijven. Dat overgebleven deel zal IK in het vuur houden en zuiveren, zoals men zilver en goud zuivert in de vlammen.” (hyrkz Zechar’ya [Zacharia] 13:8-9, nog steeds uit “Het Boek”). “Pas op, want de dag van de Eeuwige komt snel naderbij! Die dag zal de Eeuwige alle volken bij elkaar brengen om te vechten tegen Jeruzalem. De stad zal worden ingenomen, de huizen geplunderd, de buit binnen de stadsmuren verdeeld en de vrouwen verkracht. De helft van de bevolking zal als slaaf worden weggevoerd, terwijl de andere helft achterblijft in wat over is van de stad” (hyrkz Zechar’ya [Zacharia] 14:1-2). Niet-joodse lezers zullen bij het lezen hiervan misschien denken: “Het is natuurlijk wel verschrikkelijk wat Israël nog allemaal te wachten staat voordat de Messias komt, maar wat hebben wij gelovigen uit de volken daarmee te maken? Waarom zouden wij in deze strijd partij voor Israël moeten trekken?” Welnu! De gelovigen uit de volken hebben er alles mee te maken, en het is een grote vergissing om te veronderstellen dat in de eindtijd alleen maar de Joden door de grote verdrukking zouden heen moeten! Lees maar Matthéüs 24: En Yeshua ging de tempel uit en vertrok. En zijn talmidim [discipelen] kwamen tot Hem om Hem op de gebouwen van de tempel te wijzen. En Hij antwoordde en zeide tot hen: Ziet gij dit alles niet? Voorwaar, Ik zeg u, er zal hier geen steen op de andere gelaten worden, die niet zal worden weggebroken. Toen Hij op de Olijfberg gezeten was, kwamen Zijn discipelen alleen tot Hem en zeiden: Zeg ons wanneer zal dat geschieden, en wat is het teken van Uw komst en van de voleinding der wereld? En Yeshua antwoordde en zeide tot hen: Ziet toe, dat niemand u verleide! Want velen zullen komen onder Mijn naam en zeggen: Ik ben de Mashiach [Messias], en zij zullen velen verleiden. Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. Doch dat alles is het begin der weeën. Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om Mijns naams wil. En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten. En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen. Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden. En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn. Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniël gesproken is, op de heilige plaats ziet staan (in een recentelijk gevonden Hebreeuwse handschriftelijke versie staat:in de heilige plaats”) - wie het leest, geve er acht op - laten dan wie in Yehuda [Judea] zijn, vluchten naar de bergen. Wie op het dak is, ga niet naar beneden om zijn huisraad mede te nemen, en wie in het veld is, kere niet terug om zijn kleed mede te nemen. Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen. Bid, dat uw vlucht niet in de winter valle en niet op een Shabat. Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal! En indien die dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden; doch ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort. Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Mashiach [Messias], of: Hier, gelooft het niet. Want er zullen valse messiassen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden. Zie, Ik heb het u voorzegd. Indien men dan tot u zegt: Zie, Hij is in de woestijn, gaat er niet heen; zie, Hij is in de binnenkamer, gelooft het niet. Want gelijk de bliksem komt van het oosten en licht tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. Waar het aas is, daar zullen de gieren zich verzamelen. Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden met luid shofargeschal [bazuingeschal] en zij zullen Zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere. Leert dan van de vijgenboom deze les: Wanneer zijn hout reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is. Zo moet ook gij, wanneer gij dit alles ziet, weten, dat het nabij is, voor de deur. Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan. Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen. Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. Want zoals zij in die dagen voor de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop Noach in de ark ging, en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. Dan zullen er twee in het veld zijn, één zal aangenomen worden en één achtergelaten worden; twee vrouwen zullen aan het malen zijn met de molen, één zal aangenomen worden, en één achtergelaten worden. Waakt dan, want gij weet niet, op welke dag Adonai komt.” (vhyttm Matityahu [Matthéüs] 24:1-42).

 

Wanneer zal dat geschieden?

 

Yeshua zegt hier zelf, dat niet alleen het volk Israël door de grote verdrukking heen moet en door alle volken der aarde zal worden aangevallen, maar dat uiteindelijk álle gelovigen zwaar vervolgd zullen worden. Joden en gelovigen uit de volken zitten wat dat betreft in hetzelfde schuitje, en dat is ook logisch omdat ik reeds eerder heb aangehaald dat we hier op de eerste plaats te maken hebben met een geestelijke strijd, die zowel in de hemelse gewesten alsook op aarde uitgevochten wordt. Deze strijd begint al in ty>arb B’reshit [Genesis] en daar komt pas in ]vyzx Chizayon [Openbaring] een einde aan! Hoe deze strijd voor óns afloopt hangt er van af, of wij een levende relatie met Yeshua hebben en vol verwachting naar Zijn spoedige komst uitkijken, maar ook welke houding wij aannemen ten opzichte van Israël en het Joodse volk. Gaarne wil ik u nogmaals erop wijzen dat Yeshua niet los verkrijgbaar is! Men kan niet in de G’d van Israël geloven en ook geen ware volgeling van de Joodse Messias zijn als men onverschillig of zelfs afwijzend staat tegenover Zijn volk Israël. Als u denkt dat men u met rust zal laten als u zich óók tegen Israël keert samen met de grote massa, of als u zich in deze zaak neutraal opstelt, dan houdt u zichzelf voor de gek! Het volk Israël is sinds mensen heugen het mikpunt van haat, spot, hoon, afwijzing, vernedering en agressie juist omdat het G’ds volk is, Zijn uitverkoren volk! En als de Gemeente, die uit de gelovigen van alle volken samengesteld is, zich er eveneens op beroept het volk van G’d te zijn, dan zal ook zij dezelfde lijdensweg moeten gaan en ook ernstig rekening moeten houden met een grote vervolging, waarvan de Romeinse keizers Nero en Calligula destijds slechts een voorproefje hebben gegeven, maar die in de ,ymyh tyrxa Acharit haYamim [de laatste dagen] een ongekend hoogtepunt zal bereiken in wreedheid! Bij wie van ons komen bij deze toekomstverwachting niet ook onmiddellijk de twee vragen op, die reeds door de discipelen aan Yeshua werden gesteld: “Zeg ons, wanneer zal dat geschieden, en wat is het teken, wanneer al deze dingen in vervulling zullen gaan?” (Marcus 13:4). Op de eerste vraag naar het wanneer gaf Yeshua het antwoord: “Van die dag of van die ure weet niemand, ook de engelen in de hemel niet, ook de Zoon niet, alleen de Vader!” (Marcus 13:32). Dit antwoord verbiedt ons iedere berekening van het tijdstip van Zijn wederkomst. Zo hebben dan ook alle berekeningen tot nu toe gefaald. Een soortgelijke vraag beantwoordde Yeshua nog vlak voor Zijn hemelvaart met de woorden: “Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft” (tvlipm Mif’alot [Handelingen] 1:7). In plaats daarvan roept Hij ons op waakzaam te zijn, omdat Hij onverwacht zal komen als een dief in de nacht, en onberekenbaar als een bliksemschicht aan de hemel! Yeshua gaf ons wel het advies om de profeet Daniël hierover te raadplegen: “En tot het einde toe zal er strijd zijn: verwoestingen, waartoe vast besloten is. En hij [G’ds tegenstander] zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest is” (laynd Dani’el [Daniël] 9:26b-27). Als wij de sleutel voor het ontsluiten van de eindtijdprofetieën hanteren, die wij in laqzxy Yechez’qel [Ezechiël] 4:6 en in rbdmb Bamidbar [Numeri] 14:34 vinden, namelijk dat 1 dag gelijk staat aan 1 jaar, dan omvat de door Daniël genoemde week een periode van 7 jaar. Door de komst van de “gruwel der verwoesting”, de antichrist, in de helft van de jaarweek, wordt deze verdeeld in twee periodes van elk 3½ jaar, te weten de kleine en de grote verdrukking. En met name over deze laatste 3½ jaar heeft Yeshua het in Matthéüs 24! Ook enkele teksten uit Openbaring spreken over deze periode van 3½ jaar, die gelijk staat aan 42 maanden of 1260 dagen en ook wel genoemd wordt: een tijd, tijden en een halve tijd: “En mij werd een riet gegeven, een staf gelijk, met de woorden: Sta op en meet de tempel G’ds en het altaar en hen, die daarin aanbidden. Maar laat de voorhof, die buiten de tempel is, erbuiten, en meet die niet; want hij is aan de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden, tweeënveertig maanden lang. En Ik zal Mijn twee getuigen lastgeven om, met een zak bekleed, te profeteren, twaalfhonderd zestig dagen lang.” (]vyzx Chizayon [Openbaring] 11:1-3). “En hem [de antichrist] werd een mond gegeven, die grote woorden en g’dslasteringen spreekt; en hem werd macht gegeven dit tweeënveertig maanden lang te doen.” (hoofdstuk 13, vers 5). Yeshua zegt dus niets over het tijdstip van Zijn komst, maar de Bijbel zegt wél veel over de 3½ jaar, die daaraan voorafgaan!

 

Tekenen van Zijn komst

 

Maar dan beantwoordt Yeshua de tweede vraag naar de tekenen die Zijn komst aankondigen met het feit dat net als aan een geboorte van een kind ook aan de wedergeboorte van de wereld weeën zullen voorafgaan. Als weeën noemt Hij onder andere oorlogen en geruchten over oorlogen, hongersnood, aardbevingen en andere natuurrampen. Nu kunt u wel zeggen dat er altijd al oorlogen en rampen zijn geweest. Dat klopt, en dat had ook als uitwerking dat Zijn wederkomst door de eeuwen heen steeds als nabij zijnde werd verwacht, wat ook Zijn bedoeling was om ons waakzaam te houden. Maar zij zijn in omvang en verschrikking wel van eeuw tot eeuw toegenomen en nu pas zijn wij zover dat de wereldwijde milieuvervuiling en een kernoorlog in staat zijn om de profetieën uit Openbaring letterlijk te doen uitkomen.

 

Opname vóór de Grote Verdrukking?

 

Maar wat zou Yeshua nu bedoelen met Zijn opmerking dat de één zou worden aangenomen (in sommige vertalingen staat: meegenomen) en één zou worden achtergelaten? Heeft Hij het hier soms over een evacuatie? Het lijkt er wel op want in dit verband spreekt Hij namelijk ook over de ark van Noach, waarin G’ds uitverkorenen zijn ontsnapt aan de zondvloed. Ook een andere uitspraak van Yeshua wijst in die richting: “Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen. Ik kom spoedig; houdt vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme!” (]vyzx Chizayon [Openbaring] 3:10-11). Yeshua noemt de Grote verdrukking hier “ure der verzoeking”. Hij zegt hier echter niet dat de gelovigen bewaard worden voor de verzoeking, maar voor het uur van de verzoeking. Dat betekent namelijk dat zij niet in dat uur komen! Letterlijk staat er in de grondtekst dan ook niet “voor”, maar “uit de ure der verzoeking”. Het voorzetsel ek ek duidt in het Grieks een beweging van binnen naar buiten aan, maar heeft in dit verband de betekenis van “buiten blijven”. Het is dus eigenlijk zo gek nog niet dat bij veel gelovigen hierdoor de vraag oprijst, of de Gemeente van Yeshua gedurende de tijd van de Grote Verdrukking, wanneer de mensheid haar meest duistere periode beleeft, überhaupt nog hier zal zijn. Een deel van de Gemeente helaas wél, want Matthéüs 24 en Marcus 13 laten er geen twijfel over dat in de jaren van ongekende rampspoed die voorafgaan aan de terugkeer van Yeshua, niet alleen Joden, maar óók christenen vervolgt en vermoord zullen worden omwille van het Evangelie. Openbaringen 13:7-8 spreekt eveneens hierover: “En hem [de antichrist] werd gegeven om tegen de heiligen oorlog te voeren en hen te overwinnen; en hem werd macht gegeven over elke stam en natie en taal en volk. En allen, die op de aarde wonen, zullen het beest aanbidden, ieder, wiens naam niet geschreven is in Sefer haChayim [het boek des levens] van het Lam, dat geslacht is sedert de grondlegging der wereld.” - En toch hebben wij de belofte, dat de Eeuwige ons op Zijn tijd “uit de ure der verzoeking” ofwel uit de verdrukking zal wegnemen. Deze belofte vinden wij ook in 1 Korinthiërs 10:13 terug. G’d zal niet toelaten dat wij boven vermogen verzocht worden, maar Hij geeft met de verzoeking ook de uitkomst! Hij trekt ons eruit en kan ons er ook voor bewaren, want Hij heeft beloofd: “Ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort”. De zeven jaren zullen voor de uitverkorenen, wiens naam in Sefer haChayim [het boek des levens] staat, worden gehalveerd, zodat zij maar de eerste 3½ jaar hoeven mee te maken. Maar wie zijn deze uitverkorenen? Zijn het de christenen, die van zichzelf denken dat ze in G’ds heilsplan de plaats van de Joden hebben ingenomen? Is het de Kerk die in de plaats van Israël zou zijn gekomen? De Engel van de Eeuwige gaf het antwoord op deze vraag aan de profeet Daniël: “Te dien tijde zal Micha’el [Michaël] opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd van grote benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan, tot op die tijd toe. Maar in die tijd zal uw volk ontkomen: al wie in het boek geschreven wordt bevonden!(laynd Dani’el [Daniël] 12:1). Daniël was een Israëliet en als de Engel het heeft over “uw volk”, dan bedoelt Hij uiteraard het volk Israël, althans het gelovige deel daarvan. Een ander bewijs voor de Joodse identiteit van de Gemeente, die in veiligheid zal worden gebracht, vinden wij in Openbaring 12:1-17: “En er werd een groot teken in de hemel gezien: een vrouw, met de zon bekleed, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd; en zij was zwanger en schreeuwde in haar weeën en in haar pijn om te baren. En er werd een ander teken in de hemel gezien, en zie, een grote rossige draak met zeven koppen en tien horens, en op zijn koppen zeven kronen. En zijn staart sleepte een derde van de sterren des hemels mede en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, om, zodra zij haar kind gebaard had, dit te verslinden. En zij baarde een zoon, een mannelijk wezen, dat alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd plotseling weggevoerd naar G’d en Zijn troon. En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door G’d bereid, opdat zij daar twaalfhonderd zestig dagen onderhouden zou worden. En er kwam oorlog in de hemel; Micha’el [Michaël] en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, maar hij kon geen standhouden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. En de grote draak werd op de aarde geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem. En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze G’d en de macht van Zijn Gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze G’d, is nedergeworpen. En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood. Daarom, verheugt u, gij hemelen en wie daarin wonen. Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft. En toen de draak zag, dat hij op de aarde was geworpen, vervolgde hij de vrouw, die het mannelijke kind gebaard had. En aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven om naar de woestijn te vliegen, naar haar plaats, waar zij onderhouden wordt buiten het gezicht van de slang, een tijd en tijden en een halve tijd. En de slang wierp uit haar bek water achter de vrouw als een stroom, om haar door de stroom te laten medesleuren. En de aarde kwam de vrouw te hulp en de aarde opende haar mond en verzwolg de stroom, die de draak uit zijn bek had geworpen. En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van G’d bewaren en het getuigenis van Jezus hebben.” (]vyzx Chizayon [Openbaring] 12:1-17). - We zien hier een vrouw bekleed met de zon, en met de maan onder haar voeten en op het hoofd een kroon met 12 sterren. Onwillekeurig denken wij daarbij aan de droom van Yosef [Jozef], waarin dezelfde symbolen voorkomen. De 12 sterren zijn de 12 stammen van Israël en de zon is Yeshua, de “Zonne der gerechtigheid”. De maan onder haar voeten is het symbool van de Islam, die uiteindelijk vertrapt zal worden! Dit wijst erop dat deze vrouw niemand anders dan alleen maar  Israël kan voorstellen, zoals heel duidelijk blijkt uit vers 5, want de “mannelijke Zoon” is zonder twijfel Yeshua haMashiach! De veronderstelling van velen, dat met de vrouw de algemene christelijke Kerk bedoeld zou zijn, stuit op ernstige bezwaren, aangezien de Kerk dan de “moeder van Christus” zou moeten zijn. Yeshua is echter een Zoon van Israël, want Hij is uit het Joodse volk gesproten, en niet uit de Kerk! (zie ,yrbi Ivrim [Hebreeën] 7:14). Bovendien heeft Yeshua de Gemeente voortgebracht en niet andersom! We zien hier ook een nauw verband met het reeds eerder geciteerde Daniël 12:1, want daarin, maar ook in 10:13 en 10:21 is namelijk sprake van de aartsengel Michaël, die de zonen van het volk Israël ter zijde staat. Michaël heeft dus een speciale betrekking tot Israël, en hij is het, die in Openbaring 12 de strijd met de duivel aanbindt en hem ter aarde werpt! De vrouw, die vervolgd wordt en zich gedurende 1260 dagen, dat is 3½ jaar ofwel een tijd, tijden en een halve tijd in de woestijn zal verbergen, kan derhalve alleen maar het gelovige deel van Israël zijn: allen die in het boek des levens geschreven staan overeenkomstig Daniël 12:1. Zij worden door de Eeuwige zelf op arendsvleugelen in veiligheid gebracht. En hoe zit het dan met de gelovigen uit de volken? Horen zij er dan niet bij? Jazeker! Maar uitsluitend die gelovigen uit de volken, die als “wilde loten geënt zijn op de edele olijfboom Israël” (zie Romeinen 11) en die de Joodse identiteit van de Gemeente en haar Verlosser erkennen! Christenen die de vervangingsleer aanhangen of een onverschillige houding tegenover Israël op na houden, maar toch “de Here Jezus” in hun hart hebben, zullen zeker behouden worden, maar als door vuur heen, want zij hebben geen ticket voor de vlucht en zullen achter blijven! Omdat het nooit de bedoeling van Yeshua was om een nieuwe religie naast het Jodendom en dus los van Israël te stichten, zal het ook volstrekt onmogelijk zijn dat de evacuatie van de Gemeente buiten Israël om plaats zou vinden! Nu wordt ook Romeinen 11:25 een stuk duidelijker: “Een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal gans Israël behouden worden”. Zodra de laatste gelovige uit de heidenen, die in het boek des levens geschreven staat, de schuilplaats binnengaat, zal de verharding over het deel van Israël, dat achterblijft, worden weggenomen. Omdat de vrouw nu buiten het gezichtsveld van de slang is, zal de satan zijn woede afreageren “op de overigen van haar zaad, die de geboden van G’d bewaren en het getuigenis van Jezus hebben”. Hierbij moeten wij dan denken aan twee groepen van gelovigen die achtergebleven zijn, namelijk joden, degenen dus die de geboden van G’d bewaren, en christenen, degenen dus die het getuigenis van Jezus hebben, die vasthouden aan hun geloof en alsnog de kant van Israël zullen kiezen, dit in tegenstelling tot de “lauwe”, vrijzinnige christenen die eveneens achterblijven, maar van hun geloof zijn afgevallen en zich tegen Israël zullen keren. Yochanan [Johannes] heeft het eveneens over twee groepen gelovigen, die de Grote Verdrukking zullen meemaken: de 144.000 verzegelden uit alle stammen van Israël en de grote schare uit alle volken, die niemand tellen kan.

 

Wegname en vervolgens opname?

 

De vlucht van de vrouw wordt vaak in verband gebracht met de wegvoering van haar Zoon naar G’ds troon in de hemel en men redeneert dat de hemelvaart van Yeshua eigenlijk ook de hemelvaart van de Gemeente insluit, omdat Yeshua zelf gezegd heeft: “In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen, anders zou Ik het u gezegd hebben, want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben” (]nxvy Yochanan [Johannes] 14:2-3). Zo ontstond het geloof in de opname van de gemeente, hoewel dit begrip in de hele Bijbel nergens voorkomt, de opname in de hemel wel te verstaan. Men beroept zich hiervoor met name op de volgende tekst: “Want indien wij geloven, dat Yeshua gestorven en opgestaan is, zal G’d ook zó hen die ontslapen zijn, door Yeshua wederbrengen met Hem. Want dit zeggen wij u met een woord van de Eeuwige: wij, levenden, die achterblijven tot de komst van Adonai, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Eeuwige zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener Shofar G’ds, nederdalen van de hemel, en zij, die in de Mashiach gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Eeuwige tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Eeuwige wezen.” (1 Tessalonicenzen 4:14-17). Deze opname, die hier beschreven wordt, kan echter nooit vóór de Grote Verdrukking plaats vinden, omdat ergens anders geschreven staat dat het zal geschieden bij het blazen van de laatste Shofar: Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste Shofar, want de Shofar zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden” (1 Korinthiërs 15:52). “Laatste” wil zeggen dat er daarna geen Shofar meer geblazen zal worden. Maar wij lezen elders, dat ook de wederkomst van de Mashiach zal plaats vinden bij het blazen van een Shofar, en dat is dus ná de Grote Verdrukking: “En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden met luid shofargeschal en zij zullen Zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere.” (vhyttm Matityahu [Matthéüs] 24:30-31). In Openbaringen 8-11 wordt aangekondigd, dat er zeven Shofarim [ramshoorns] geblazen zullen worden, hetgeen de laatste zeven jaar vóór de wederkomst van de Mashiach aanduidt. Over de laatste Shofar lezen wij: “En de zevende engel blies de Shofar en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan Adonai en aan Zijn Gezalfde, en Hij zal als Koning heersen tot in alle eeuwigheden! (]vyzx Chizayon [Openbaring] 11:15). Verder lezen wij, dat de opname gepaard zal gaan met de opstanding van de ontslapen gelovigen. Ook dit is een bewijs dat de opname niet vóór de Grote Verdrukking kan plaats vinden, en wel om twee redenen: ten eerste is de wegname bedoeld als evacuatie. G’d gaat Zijn uitverkorenen in veiligheid brengen! De zielen van de ontslapenen zijn al in veiligheid. Het zou nergens op slaan als zij eerst de hemel zouden verlaten om uit het graf op te staan en vervolgens in een oogwenk weer terug zouden keren naar de hemel. Ten tweede zou een opstanding der doden vóór de Grote Verdrukking in strijd zijn met Openbaring 20:4-6, waarin wij lezen: En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Yeshua en om het woord van G’d, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder levend en heersten als koningen met de Mashiach, duizend jaren lang. De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren. Dit is de eerste opstanding! Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding: over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van G’d en van de Mashiach zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, die duizend jaren.” - Er wordt hier nadrukkelijk gesproken over de eerste opstanding en dus kan er onmogelijk een eerdere opstanding geweest zijn. Er zijn maar twee opstandingen, namelijk de éérste vóór het duizendjarig vrederijk, dat zijn alle gelovigen vanaf de grondlegging der wereld, en de twééde daarna pas, namelijk de opstanding van de ongelovigen op de dag des oordeels! Zo kan de opname van de Gemeente in de wolken, die ná de Grote Verdrukking plaats vindt, als Yeshua terugkomt, niet hetzelfde zijn als de wegname van de Gemeente vóór de Grote Verdrukking! Dat zijn twee verschillende gebeurtenissen, waarbij ik met klem moet benadrukken, dat de wegname nu elk moment kan gebeuren! Het advies van Yeshua om waakzaam te zijn moeten wij dus beslist niet in de wind slaan!

 

Schuilplaats op aarde, niet in de hemel

 

Het idee dat de Gemeente zich na de opname in de hemel zou bevinden, leeft al heel lang, maar als wij de Bijbel erover ernstig onderzoeken en ook ons door G’d gegeven verstand gebruiken, moeten wij echter concluderen dat dit niet mogelijk is om diverse redenen. Als wij ervan uitgaan dat de opstanding van de doden pas ná de Grote Verdrukking plaats vindt, dan zijn van deze gelovigen tot die tijd slechts hun zielen in het hemelse paradijs, terwijl hun lichaam nog in het graf ligt. De levende gelovigen worden echter reeds vóór de Grote Verdrukking weggenomen en naar een veilige plaats gebracht. Als deze schuilplaats zich inderdaad in de hemel zou bevinden, dan zou dit betekenen dat daar tegelijkertijd twee groepen gelovigen zouden zijn: de levenden mét lichaam en de zielen van de ontslapenen zonder lichaam. Dat lijkt mij echter zeer onwaarschijnlijk. Bovendien zegt Sha’ul [Paulus] nadrukkelijk, dat de levenden de ontslapenen geenszins voor zullen gaan. Ik ben daarom de mening toegedaan dat de schuilplaats zich ergens hier op aarde zal bevinden. Ook het hoogpriesterlijke gebed wijst in die richting, waarin Yeshua bad tot Zijn Vader voor de Gemeente in verband met de Grote Verdrukking: “Ik bid niet dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze.” (]nxvy Yochanan [Johannes] 17:15). Het gaat dus om het bewaren, het in veiligheid brengen van de uitverkorenen, niet om een wegnemen van deze aarde. Heel mysterieus blijft echter dat de vrouw, de edele olijf met al haar natuurlijke en geënte takken buiten het gezicht van de slang gebracht zal worden naar haar plaats waar zij onderhouden wordt. Wat en waar is deze schuilplaats? In lavy Yo’el [Joël] 3:16 lezen wij: “Maar de Eeuwige is een schuilplaats voor Zijn volk en een veste voor de kinderen Israëls”. Mijn gedachten gaan als vanzelf naar een bijzondere overschaduwing van G’d, want er wordt ook zo vaak gesproken en gezongen over een schuilen onder G’ds vleugelen. Ook moet ik denken aan Openbaring 13:6, waarin de antichrist zijn machteloze woede uit: “En het beest opende zijn mond tot lasteringen tegen G’d, om Zijn naam te lasteren en Zijn tent en hen, die in de hemel wonen.” - De uitdrukking “tent”, in het Hebreeuws ]k>m Mishkan, hetgeen ook “tabernakel” betekent, duidt op het wonen van G’d temidden van Zijn volk op aarde. Het is een afzondering van een gebied waar de vijand niet kan doordringen, want het is de overschaduwing van de Eeuwige over het geheiligd en uitverkoren deel van de gelovigen op aarde, waarover Hij Zijn tent gespannen heeft! Het feit, dat het beest “de tent”, dus de schuilplaats van de Gemeente en “de hemelbewoners”, dat zijn de engelen en de zielen van de ontslapen gelovigen apart noemt bij zijn lastering, geeft aan dat de tent zich hier op de aarde zal bevinden en niet in de hemel en dat het juist deze tent op aarde is, die de antichrist tot razernij en g’dslastering brengt: 1260 verschrikkelijke dagen lang!

 

De Dag des HEREN

 

En dan komt eindelijk de langverwachte “Dag des HEREN”, de dag die voor Israël het heil en de verlossing zal brengen, maar voor de vijanden van Israël het oordeel en totale vernietiging! De zevende Shofar wordt geblazen en de indrukwekkende stem van een aartsengel zal weergalmen. Volgens een oude Midrash is dit een commando, een oproep tot de doden om op te staan! Het doordringende geluid van de Shofar met zijn hakkelende en langgerekte tonen is een signaal, dat oproept tot de strijd, maar ook tot waakzaamheid! Het kondigt tevens de komst van de Koning aan! Moge de ramshoorn ook ons oproepen om te strijden tegen de machten der duisternis in de wereld, maar ook in ons hart! De doden staan op! Allen die tot de Gemeente van Eeuwige behoren: het zijn de gelovigen van beide verbonden, van alle eeuwen en van alle volken! De opstanding van de gelovigen in een nieuw, verheerlijkt lichaam zal dus éérst plaats vinden en daarna zullen de op dat moment nog in leven zijnde gelovigen, zowel degenen in de schuilplaats alsook degenen die zich nog in de verdrukking bevinden, in één ondeelbaar ogenblik veranderd worden en eveneens een verheerlijkt lichaam ontvangen en samen worden zij op de wolken weggevoerd, de aankomende Mashiach tegemoet, die met een ontelbaar engelenleger uit de hemel zal nederdalen. Zij zullen Hem inhalen als Koning! Hun ontmoeting zal plaatsvinden in de lucht en zij zullen zich in slagorde achter hun Koning opstellen! Terwijl de wegname van de gemeente vóór de Grote Verdrukking als evacuatie was bedoeld, hebben wij nú met de opname van de gemeente te maken met de komst van de Koning, die Zijn legers bij Zich roept om aan te vallen! Yeshua zal met het blazen van de zevende en laatste Shofar uit Openbaring 11:15-19 direct in het wereldgebeuren ingrijpen: En de Eeuwige, mijn G’d, zal komen, en alle heiligen met Hem!” (hyrrkz Zechar’ya [Zacharia] 14:5b). - Reeds Henoch heeft daarvan volgens hdvhy Yehuda [Judas] 1:14 geprofeteerd met de woorden: Zie, de Eeuwige is gekomen met zijn heilige tienduizenden, om over allen de vierschaar te spannen en alle g’ddelozen te straffen voor al hun g’ddeloze werken, die zij g’ddeloos bedreven hebben, en voor al de harde taal, die de g’ddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.” Yeshua zal komen in een tijd van wereldomvattende oorlog, die toegespitst zal zijn op Israël, het enige land waarvan de Eeuwige gezegd heeft dat het Zijn land is! En Hij zal komen om de vijanden van Israël te verpletteren en Zijn koningschap te herstellen: “Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Yehuda [Juda] en van Yerushalayim [Jeruzalem] zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Yehoshafat [Josafat], en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van Mijn volk en van Mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij Mijn land verdeelden...” (lavy Yo’el [Joël] 3:1-2) “Dan zal de Eeuwige uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten.” (hyrrkz Zechar’ya [Zacharia] 14:3-4). Het was deze Olijfberg, waarop Yeshua destijds ten hemel gevaren is, en op de zelfde Olijfberg zal Hij opnieuw met Zijn voeten staan wanneer Hij uit de hemel neder zal dalen om Zijn volk Israël te bevrijden en de vijanden van Israël uit te roeien: “Dan zal dit de plaag zijn, waarmee de Eeuwige alle volken zal treffen, die tegen Jeruzalem zijn uitgerukt: Hij zal ieders vlees, terwijl hij nog op zijn voeten staat, doen wegteren, en ieders ogen zullen wegteren in hun kassen, en ieders tong zal wegteren in zijn mond!” (hyrrkz Zechar’ya [Zacharia] 14:12). Openbaring 19:11-14 en 19-21 bericht hierover: “En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid. En Zijn ogen waren een vuurvlam en op Zijn hoofd waren vele kronen en Hij droeg een geschreven naam, die niemand weet dan Hijzelf. En Hij was bekleed met een kleed, dat in bloed geverfd was, en Zijn naam is genoemd: het Woord G’ds. En de heerscharen, die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen. - En ik zag het beest en de koningen der aarde en hun legerscharen verzameld om de oorlog te voeren tegen Hem, die op het paard zat, en tegen Zijn leger. En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet, die de tekenen voor zijn ogen gedaan had, waardoor hij hen verleidde, die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbaden; levend werden zij beiden geworpen in de poel des vuurs, die van zwavel brandt.” - Die dag zal komen, en Yeshua roept ons op om waakzaam te zijn. Eens zullen alle mensen op aarde een keuze moeten maken voor het zegel van de Eeuwige, de G’d van Israël of voor het merkteken van het beest! Yeshua zegt: Zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naardat zijn werk is. Ik ben de alef en de tav, de eerste en de laatste, het begin en het einde. Zalig zij, die hun gewaden wassen, (Statenvertaling: “die Zijn geboden doen”) opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens en door de poorten ingaan in de stad.” (]vyzx Chizayon [Openbaring] 22:12-14). Amen!

 

Werner Stauder